|

De Vogelsberg ( met ongeveer een middellijn van 100 km ) ontstond ongeveer 17 tot 13 miljoen jaar geleden. Er bestond geen centrale krater, de lava werd naar de oppervlakte gedrukt in vele lange spleten en op honderden meter zandsteen uitgespuwd. In deze bazaltbrokken zijn lagen klei en tufsteen opgesloten. Kleinere smalle rotskloven zijn er doorheen gebroken en vormden de zo typische koepels van dit landschap.

Bazaltbrokken op de Rehberg boven Sichenhausen.
Erosies- de meeste ervan door water – vormden het landschap zoals het er nu uitziet – er zijn plateau´s, holten, diepe dalen en lagen van puin. Harde brokken steen ontkwamen deze veranderingen; zij scheiden de dalen en steken er bovenuit in de vorm van vreemde objecten. Ze worden vaak natuurmonumenten genoemd. In 1865 beschreef Theodor Bindewald de Vogelsberg als volgt: De Vogelsberg kan worden vergeleken met een jong en gezond uitziend meisje uit een dorp dat zijn originele karakter heeft bewaard. Vergeleken met de trotse en superchique stadbewoner, gekleed in fluwelen en zijden gewaden kan de onbedorven(pure) smaak, de oprechte oogopslag, de vuurrode wang en het ongekunstelde, opgewekte en kokette karakter van een meisje uit de natuur behagen. Bindewald vertelt verder, dat menig reiziger overal is rondgereisd zonder de Vogelsberg te vinden. En hij laat het aan de lezer over zich er zelf inlichtingen over te verschaffen hoe uitgebreid dit land vol bossen en heuvels wel is en waar het precies gelegen is.

Bazalt op de Klösshorst boven Grebenhain.
In 1894 nam Otto Buchner de bergtoppen op in zijn “ Gids door de Vogelsberg “ in naam van de “ Vogelsberger Höhenclub “. We willen hier geen commentaar afgeven op de namen die door de schrijver zijn uitgekozen:






(Vertaling uit het Duits : Corry WINTER)
|